Leah heeft een droge humor en gevoelens die ze liever niet toont, net als Ruby. Becky Albertalli schrijft over verliefd zijn binnen een vriendengroep, met dezelfde lichte toon en dezelfde vraag wie je mag kwetsen.
Ruby heeft opeens drie jongens om uit te kiezen; Tim maakt van versieren een sport. Wilma Geldof draait het perspectief om en laat zien hoe het daten eruitziet vanuit de jongen, kort en vlot.
Ook hier een Lockhart-heldin die geen idee heeft wat jongens denken, alleen krijgt Sarah dankzij een wens de kans het af te luisteren. Een losse roman, met dezelfde scherpe humor als de Ruby Oliver-reeks.
Colin heeft al negentien keer een relatie gehad, Ruby kan na zevenendertig weken eindelijk weer kiezen. John Green deelt Lockharts plezier in het tellen en ontleden van liefde, en met evenveel zelfspot.
Hans Kuyper verplaatst liefdesperikelen naar Amsterdam, waar een nieuwkomer met een grote mond haar plek zoekt. Wie Ruby's keuze tussen drie jongens met plezier volgde, leest dit net zo snel uit.
Een nieuw huis, een stiefzusje en een paar jongens die ineens belangrijk worden: Kerstin Gier combineert romantiek en humor met een vleugje magie. Net zo vlot te lezen als Ruby's liefdesdilemma's.
Drie jongens om uit te kiezen, maar de echte vraag bij Ruby is wat dat met haar vriendschap met Nora doet. Erna Sassen zet ook vriendschap voorop, met een jongen die boos is en toch niet zonder zijn maat kan.
Ellen wil dolgraag een vriendje en kijkt jaloers naar haar vriendinnen. Jacqueline Wilson laat zien hoe verliefdheid een vriendschap op scherp zet, de jongere variant van wat Ruby met Nora meemaakt.
Gwendolyn weet ook niet meer wie ze moet vertrouwen, zowel in de liefde als daarbuiten. Kerstin Gier schrijft met dezelfde humor als Lockhart, in het slotdeel van de Edelsteentrilogie vol tijdreizen.