Leesclubvragen bij De zesde mei
van Tomas Ross
Tomas Ross neemt de moord op Pim Fortuyn op 6 mei 2002 en vlecht er een verzonnen verhaal doorheen, met onder anderen een oud-activiste en een observant van de inlichtingendienst. Dat geeft veel gespreksstof: bijna iedereen aan tafel heeft eigen herinneringen aan die dag, en het boek dwingt je steeds te bepalen wat je gelooft. Ook de vraag hoe ver een schrijver mag gaan met echte gebeurtenissen ligt meteen op tafel.
Tijdens het lezen (zonder spoilers)
- Welke herinneringen heb je zelf aan 6 mei 2002, en hoe kleurden die je eerste hoofdstukken?
- Het verhaal wisselt tussen meerdere personages. Bij wie voelde je je in het begin het meest thuis, en waardoor kwam dat?
- Wat voor beeld krijg je in de eerste hoofdstukken van de oud-activiste, en welke keuzes uit haar verleden wegen het zwaarst mee?
- Hoe laat Ross het werk van de observant zien, en wat zegt dat over hoe hij naar de inlichtingendienst kijkt?
- Hoe roept de schrijver de sfeer van Nederland in het voorjaar van 2002 op, en welke details bleven je bij?
Na het uitlezen (bevat spoilers)
- Voor wie het uit heeft: op welk moment begon je te twijfelen aan de bekende lezing van de aanslag, en wat gaf de doorslag?
- Voor wie het uit heeft: waar ligt voor jou de grens tussen feit en verzinsel in dit boek, en hoe ging je daarmee om tijdens het lezen?
- Voor wie het uit heeft: welke keuze van een personage in de laatste weken voor de aanslag had jij anders gemaakt, en waarom?
- Voor wie het uit heeft: wat vind je ervan dat een schrijver een recente moord op een bestaand persoon als stof voor een thriller gebruikt?
- Voor wie het uit heeft: hoe kijk je na het slot naar de opbouw in weken en dagen die naar 6 mei toe telt?
Redactie Leesradar Bijgewerkt op