Weerborstels is een monument voor een jongen die zich door niemand liet afremmen; in Nootebooms boek probeert een schrijver het werk van een overleden vriend af te maken. Twee korte boeken waarin schrijven een manier is om iemand vast te houden.
Siebelink volgt een jonge leraar in zijn eerste jaar voor de klas, en net als Robby in Weerborstels is hij een jonge man die zijn grenzen opzoekt. Een rustiger, ingetogen roman over overmoed en wat die kost.
Manon Uphoff laat een meisje opgroeien tussen mensen die allemaal iets kwijt zijn, en dat gevoel van verlies loopt ook door Weerborstels. Kort, beeldend proza over een jong leven dat niet in een gewone mal past.
Capote schrijft vaak over jongens en jonge mannen aan de rand, net als Van der Heijden over Robby. Wie het korte tussenspel Weerborstels kon waarderen, vindt in deze verzamelde verhalen precieze, emotionele vertellingen om te ontdekken.
Bij Brouwers vraagt een bijna blinde dichter de verteller om een anekdote over hem op te schrijven, en zo wordt het boek een portret van één man. Weerborstels werkt op dezelfde manier: een schrijver legt iemand uit zijn omgeving vast in een kort, geconcentreerd verhaal.
Streuvels beschrijft een paardenknecht op een Vlaamse hoeve, een sterke, eenvoudige man die zijn weg zoekt. Dat sluit aan bij Robby in Weerborstels, een jongen die vooral in zijn lichaam leeft, al is Streuvels trager en landelijker.
Leon de Winter volgt een negentienjarige die door zijn ouders niet begrepen wordt. Net als Robby in Weerborstels is hij een jongen met te veel energie en te weinig richting, beschreven met sympathie en een vleugje melancholie.
Gerritsen bouwt haar roman rond een zus en haar broer, en net als in Weerborstels gaat het om de band met een familielid dat je niet kunt sturen. Droog en scherp, over een lichaam dat het opeens laat afweten.
Hesses Emil Sinclair groeit beschermd op en zoekt toch het gevaar, zoals Robby in Weerborstels de snelheid. Een korte roman over een jongen die zich losmaakt, psychologisch dieper maar met dezelfde jeugdige onrust.
Robby in Weerborstels is te snel voor zijn omgeving; de titelfiguur van Brijs is te groot en te zwaar voor de zijne. Twee portretten van een buitenmaatse jongen, bij Brijs schrijnender en langer, maar met dezelfde tederheid van de schrijver.
Joseph Roth beschrijft een oorlogsveteraan die zich eerst nog dankbaar schikt. Waar Robby in Weerborstels nooit afremt, laat Roth zien wat er gebeurt als een gewone man toch in opstand komt: kort, scherp en weemoedig.
In Zomervlucht staat een concertpianist centraal, een man die alles op één ding zet. Dat raakt aan de gedrevenheid van Robby in Weerborstels, alleen speelt Brouwers het uit in de wereld van de muziek in plaats van op de weg.