Na Sofie met haar gebroken arm en haar pinguïns is dit het kortere werk van Van de Vendel: Tex en Max die vanbinnen tijgers zijn en strepen moeten regelen voor Wokkeltje. Weer dieren als vlag van een kinderfantasie, met grappen die je hardop voorleest.
Gedeeld: toegankelijk, met humor en korte hoofdstukken
Wie na Sofie nog niet genoeg dieren heeft, kan door met Sem, die samen met zijn opa het winnende lot trekt bij een armoedige dierentuin. Korte hoofdstukken, veel gekkigheid en een opa die net zo meespeelt als oppas Donny.
Gedeeld: toegankelijk, met humor en korte hoofdstukken
Sofie heeft een oppas die anders is dan papa en mama; Tina en Theo hebben ouders die alles beter weten en ze rode bieten geven in plaats van een hond. Kling schrijft droger en gekker, maar ook hier is een dierenwens de motor van het verhaal.
Gedeeld: toegankelijk, met humor en korte hoofdstukken
Sofie leest alles over pinguïns en zingt er zelfs een liedje over. Wie na haar avontuur met Donny nog een dierenboek wil dat even makkelijk wegleest, pakt dit vrolijke manegeverhaal van Carry Slee, waar een jongen zijn vooroordelen moet bijstellen.
Ook Melle krijgt onverwacht gezelschap: midden in de nacht zit er een wollig wezentje met puntige oren op zijn bed. Waar Sofie het moet doen met een oppas en pinguïnweetjes, duikt Jochem Myjer de fantasie in, met evenveel tekeningen en grappen.
Gedeeld: toegankelijk, met humor en korte hoofdstukken
Een klassieker naast een nieuw boek: Bomans laat een goedhartige oude baas van het ene dolle avontuur in het andere rollen. Het tempo is ouderwetser dan bij Sofie en Donny, maar de warme gekte en het plezier in voorlezen zijn hetzelfde.
Met papa en mama allebei in het buitenland heeft Sofie een gat in haar week, dat haar vrienden en oppas met grappen vullen. Dit derde Jippie-boek van Sanne Rooseboom speelt met hetzelfde gemis onder water, kleurrijk en met flauwe grappen.
Een invaller die de boel overneemt: bij Sofie is dat oppas Donny, bij Rindert Kromhout meester Max, die groep twee krijgt als juf Wendy ziek is. Kort, knus en geschikt voor jongere lezers dan het pinguïnboek.
Billie en Timmie zijn druk, maar Herrie van Ted van Lieshout is luider: zacht praten heeft volgens haar geen zin, want dan hoort niemand je. Net zo grappig als Sofies pinguïnavontuur, met een meisje dat je meteen herkent.
Een gebroken arm en een vreemde volwassene in huis: Sofie moet wennen aan Donny. Ook in dit grote boek van Alexander McCall Smith duiken onverwachte familieleden op, en net als bij Van de Vendel lees je de hoofdstukjes om de beurt voor.
Gedeeld: toegankelijk, met humor en korte hoofdstukken
Wie lacht om een meisje dat alles van pinguïns weet, lacht ook om de zoon van de Kerstman die allergisch is voor rendieren en kerstbomen. Marc-Uwe Kling bouwt net als Van de Vendel een heel verhaal op één gekke eigenschap, met veel warmte.
Stripjes en tekeningen tussen de tekst maken Sofie en de pinguïns zo vlot; bij Sara Shepard is tekenen zelfs de hobby van de hoofdpersoon. Dit eerste Jessie-deel is rustiger en draait meer om school en vriendinnen dan om dieren.