Portret van een spion springt na aanslagen van Parijs naar Kopenhagen en Londen, en ook Sidney Sheldon laat zijn verhaal beginnen met doden in verschillende steden. Ouderwetser en lichter, met dezelfde reislust.
Gabriel zag in Portret van een spion te laat wat er in Covent Garden gebeurde, en de Gentse lijfwacht van Bavo Dhooge moet zo'n moment juist voorkomen. Vlaams, vlot en met humor, kleiner van schaal.
Portret van een spion draait om een man die zich verantwoordelijk voelt voor een aanslag die hij niet kon stoppen. Thomas Enger laat in dit slotdeel zien hoe een persoonlijk drama een journalist voortdrijft, Noors en intens.
Na Portret van een spion, waarin Gabriel diensten in meerdere landen moet laten samenwerken, past een Jack Reacher die in het Pentagon niemand vertrouwt. Lee Child houdt het kaal en snel, Silva is rijker aan sfeer.
Gabriel zag in Portret van een spion een terrorist voor zijn ogen toeslaan; Ben Koenig wordt in Londen meegezogen in een even dodelijke zaak. M.W. Craven is ruiger en sneller, met een held die net zo eigenzinnig is.
Portret van een spion laat zien hoe Gabriel een netwerk van binnenuit moet openbreken om het brein te vinden. Robert Ludlum gaf die opzet al vorm in deze vroege roman, met een docent die undercover gaat.
In Portret van een spion is de dreiging een aanslag die opnieuw kan komen, en bij Steve Berry tikt de klok af naar een inhuldiging in Washington. Avontuurlijker, met een held die net zo goed improviseert als Gabriel.
Portret van een spion laat Gabriel jagen op een netwerk met wortels in het Midden-Oosten, en Iris Johansen opent haar boek met een gijzeling in Afghanistan. Persoonlijker en sneller, met minder spionage.
Een held die door machtige diensten wordt ingezet en daar zijn eigen weg in zoekt: Gabriel in Portret van een spion en Robert Langdon hebben dat gemeen. Dan Brown is speelser met raadsels, Silva realistischer.
Wie in Portret van een spion meeleefde met een man die door zijn verleden nooit echt vrij is, vindt bij Baldacci een jonge vrouw die evenmin aan haar keuzes ontkomt. Een ander soort dreiging, hetzelfde hoge tempo.
Portret van een spion begint met een weekend weg dat verkeerd afloopt, en Joy Fielding bouwt haar boek rond een kampeertrip met hetzelfde voorgevoel. Huiselijker en zonder spionnen, maar net zo vlot.
Gabriel moet in Portret van een spion een gezicht vinden achter de aanslagen, en Eve Duncan geeft letterlijk gezichten terug aan doden. Iris Johansen is persoonlijker en romantischer, het spel tussen jager en prooi vergelijkbaar.