Na Icoon is De cobra een logische volgende Forsyth: ook hier krijgt een kleine ploeg ervaren mannen vrij spel om buiten de regels om een machtig netwerk aan te pakken. Deze keer zijn dat de Colombiaanse cocaïnekartels.
Icoon schetst het chaotische Rusland van eind jaren negentig; Grebe neemt je mee naar Moskou, waar de zoon van de Zweedse ambassadeur dood wordt gevonden. Corruptie en macht spelen in beide boeken een hoofdrol, en buitenlanders lopen er snel vast.
Bij Forsyth dreigt Rusland in handen te vallen van een populist, bij Ludlum willen generaals in het Westen hun eigen landen overnemen. Een advocaat met een oorlogsverleden staat er vrijwel alleen voor, en dat houdt de spanning hoog.
Silva laat Gabriel Allon na een reeks bommen in Londen een netwerk ontrafelen. Net als in Icoon werkt een kleine groep buiten de gewone kanalen om, en volg je hen van land naar land.
Ook Berry schrijft over een man die naar de hoogste macht in een groot land grijpt, alleen speelt het hier in China in plaats van Rusland. Cotton Malone raakt er persoonlijk bij betrokken, en het tempo ligt hoger dan in Icoon.
Wie in Icoon genoot van een geheim document dat niet boven water mocht komen, vindt hier een Amerikaanse variant. Rufus Harms zit al vijfentwintig jaar vast in een militaire gevangenis in Virginia, en iemand wil dat zo houden.
Overal in Europa gaan musea in vlammen op, en oud-agent Cotton Malone wil weten waarom. Berry vertelt luchtiger dan Forsyth, maar ook hier ontdekt een westerling stap voor stap welk groot plan achter losse incidenten zit.
Bij Forsyth heeft de maffia Moskou in zijn greep; Lapidus laat in drie romans zien hoe de onderwereld van Stockholm werkt, van cocaïnehandel tot bendes. Rauwer, met personages die moreel nergens zeker van zijn.
Waar in Icoon een geheim document een groepje westerlingen wakker schudt, is het hier een AI-onderzoeker die Mikael Blomkvist benadert. Minder politiek, maar met dezelfde vraag wie straks de macht heeft.
Rainbow, het internationale team van John Clark en Ding Chavez, neemt het op tegen terreur. Lezers van Icoon herkennen de opzet: een paar ervaren professionals die buiten de gewone politiek om een ramp moeten voorkomen.
Clancy schrijft hier een spionageroman voor de tijd na de Koude Oorlog: de Campus trekt een ontmoeting na tussen een Pakistaanse officier en een terrorist uit Dagestan. De voormalige Sovjetgebieden blijven op de achtergrond aanwezig, net als in Icoon.
Na aanslagen in Parijs en Amsterdam gaat Gabriel Allon op zoek naar het brein erachter. Silva vertelt sneller dan Forsyth in Icoon, maar beide boeken gaan over een gevaarlijke leider die lang uit beeld blijft.