Spionage in het Europa van de Koude Oorlog, waarin één man een geheim boven water moet krijgen dat machtige mensen liever begraven houden. Frederick Forsyth laat een Duitse journalist het opnemen tegen een netwerk van oud-SS'ers. Sneller dan Het rode gevaar, even goed gedocumenteerd.
Een agent die zich in het kamp van de tegenstander waagt en Britse en Amerikaanse diensten die samenwerken: dat zit in Het rode gevaar, en ook in De Afghaan. Forsyth speelt het in de tijd na 2001, strak en zonder omwegen.
Ludlum en Clancy laten allebei zien hoe inlichtingenwerk eruitzag voordat er satellieten en computers waren. In De Scarlatti erfenis volgt een Amerikaanse functionaris een spoor door het Europa van na de Eerste Wereldoorlog. Duisterder en met meer complot.
Het rode gevaar maakt een wereldleider doelwit van een geheime operatie. Philip Kerr laat in 1943 Himmler een aanslag beramen op de top van de geallieerde leiders in Teheran, met een Amerikaanse agent die een eigen agenda heeft. Historischer en cynischer, met een vergelijkbaar trage opbouw.
Waar Clancy de Russische inlichtingendienst van binnenuit laat zien, toont Baldacci hoe Rusland het Westen nu met desinformatie bestookt. Een modernere variant van hetzelfde schaakspel tussen Moskou en Washington, met de media als slagveld.