Kinsey Millhone werkt vanuit een verzekeraar, en dat wereldje van claims en dossiers ken je na De rainmaker al van de andere kant. Grafton schrijft een detective in plaats van een rechtbankroman, maar de droge humor en het vlotte vertellen liggen dicht bij elkaar.
Molly Gray wordt net als Rudy Baylor door iedereen onderschat en staat er vrijwel alleen voor als het misgaat. Prose schrijft warm en grappig over een buitenbeentje, met een chic hotel in plaats van een rechtszaal.
Myron Bolitar heeft dezelfde mengeling van grappen en goed hart die Rudy Baylor zo sympathiek maakt. Coben schrijft over een sportmakelaar die zich te veel aantrekt van twee tieners, spannender en met minder juridisch gedoe.
Steve Wheeler onderzoekt verzekeringsfraude, wat meteen raakt aan het gevecht met de verzekeraar in De rainmaker. Osman schrijft lichter en Engelser, met droge humor over een man die vooral met rust gelaten wil worden.
Kinsey zoekt voor een buurman papieren die nergens te vinden zijn, en die strijd met de bureaucratie is net zo herkenbaar als Rudy's gevecht met een verzekeraar die niet wil betalen. Luchtig, met een ik-verteller die even nuchter grapt.
Helen Fielding laat een journaliste met te veel fantasie tussen gladde types belanden, met dezelfde lichte toon die De rainmaker zo grappig maakt. Minder juridisch, meer spionage en romantiek, en net zo makkelijk te lezen.
Post maakt van een echte kunstroof een ironisch misdaadverhaal vol prutsers en gladjanussen, het soort figuren dat Grisham in De rainmaker met plezier neerzet. Geen rechtszaak, wel dezelfde mix van spanning en spot.
Pieter Van In is een eigenzinnige Brugse commissaris met een grote mond, en Aspe schrijft met de spottende toon die ook Rudy Baylor heeft. Een politieroman in plaats van een advocatenverhaal, maar net zo vlot en vol karakter.
Agatha Raisin verkoopt haar bureau en begint onhandig opnieuw in een dorp, een frisse start die doet denken aan Rudy die zonder baan zijn eigen weg moet vinden. Beaton is gezelliger en kleiner, met humor als belangrijkste ingrediënt.
Ellie Cavanaugh moet op tegen een machtige familie die alles doet om hun zoon vrij te krijgen, zoals Rudy tegenover een leger advocaten staat. Higgins Clark is ernstiger en minder grappig, maar de strijd van klein tegen groot staat net zo overeind.
Bavo Dhooge laat een kleine crimineel met schrijversambities in de problemen komen, een sukkel met lef die je net als Rudy Baylor gunt dat hij wint. Absurder en Vlaamser dan Grisham, maar de humor is het grote gedeelde punt.