Flinx moet in De Nachtwacht 's nachts werken met wat hij heeft; Peter Grant ook, als jonge Londense agent die tijdens zijn wacht een geest als getuige ondervraagt. Aaronovitch maakt er net zo nuchter en grappig speurwerk van.
Een tovenaar die gewoon in het telefoonboek staat en zijn huur niet kan betalen: Dresden is het soort verlopen held waar Flinx zich in zou herkennen. Zijn moordzaak in Chicago is net zo grimmig, en de grappen komen uit de ik-vertelling zelf.
Camorr, met zijn kanalen en een onderwereld vol strakke regels, voelt als een zusje van Ankh-Meurbork. Lynch schrijft vanuit de dieven in plaats van de wet, maar de mix van spanning, scherpe grappen en echte pijn ligt dicht bij De Nachtwacht.
Pratchett stuurt Flinx terug naar een ouder, smeriger Ankh-Meurbork; Gaiman stuurt een Londense kantoorklerk naar de stad onder de straten. Beide boeken zijn grappig en tegelijk echt gevaarlijk, al is dit sprookjesachtiger dan een politieroman.
Een hekser die voor geld monsters opruimt, merkt keer op keer dat de mensen om hem heen erger zijn dan de beesten. Sapkowski deelt met De Nachtwacht die bittere humor en een held die vooral moe is van het verkeerde soort gezag.
Een profetie zegt dat de wereld valt als drie koningen sterven, en een handvol oude soldaten moet dat tegenhouden. Gemmell schrijft over trouw en verlies met dezelfde ernst als de barricades in De Nachtwacht, alleen met minder grappen.
Waar De Nachtwacht een stad laat wankelen door een opstand, volgt Nimmernacht een meisje dat na de executie van haar vader wraak wil en daarvoor bij moordenaars in de leer gaat. Veel bloediger, met dezelfde zwarte grappen tussen het geweld door.
Shadow komt uit de gevangenis en raakt verstrikt in een stille oorlog tussen oude en nieuwe goden. Gaiman bouwt de spanning langzaam en duister op, minder grappig dan De Nachtwacht maar met dezelfde blik op wie er echt de macht heeft.
Frodo erft een gouden ring en moet met een klein gezelschap een overmacht trotseren. Tolkien raakt dezelfde snaar als De Nachtwacht: gewone mensen die standhouden omdat iemand het moet doen, ook als niemand het ziet.
Cortas is huurling, en als elfin zonder magie een buitenstaander tussen haar eigen volk. Net als Flinx knapt ze het vuile werk op voor anderen, in een duister Nederlandstalig verhaal waarin ook gevoel ruimte krijgt.